
Tijdens de koffie en de broodjes worden diverse onderwerpen aangesneden. Darwin's evolutieleer, de waarde van DNA-tests wordt ter discussie gesteld, diverse anatomische kwesties komen aan de orde, theologische stellingen worden verdedigd. Al met al luchtige gesprekken ter bevordering van de spijsvertering.

Eenmaal bij de poolse grens aangekomen moet Siemen een aantal keren een rondje maken om de richting
goed te kunnen bepalen. Net zoals een postduif dat ook doet. Maarten en ik maken gebruik van de situatie om de sprint-test van vorig jaar
nog eens voorzichtig over te doen. Als ik de motorfiets bij de 110 km/h in de tweede versnelling
gooi zie ik in mijn spiegel dat Maarten het al opgegeven heeft. Zijn rijdend bankstel vangt in deze
configuratie teveel wind om dat blauwe hoopje plastic bij te kunnen houden.
Als we voor de tweede keer het dorpje in rijden besluit Siemen dat het eerst eens tijd is
voor een ijsje en wat brandstof.
We hebben flink wat aandacht getrokken en vooral ook mijn motorfiets roept tot de verbeelding.
De felle kleuren en de teller die tot 300 km/h gaat maakt iets los bij de puber die maar niet bij
mijn motorfiets is weg te slaan.
Uiteindelijk komt het hoge woord er uit. Of hij een keer op de foto mag met mijn motorfiets. Stilzwijgend knik ik goedkeurend. Ik pak mijn helm van de spiegel en maak wat ruimte. Gebaar dat de
jongen wel aan de linkerkant van de motorfiets kan staan voor de foto. Als moederlief twee of drie
keer geknipt heeft met de camera is de jongen dolgelukkig. Ik hang mijn helm weer terug en blijf
voor de zekerheid toch maar een beetje in de buurt van de motorfietsen terwijl Aad Arjo en Siemen
de ijsjes voor ons regelen. Het gezin wat de foto's gemaakt heeft blijft ook een beetje rondhangen.
Blijkbaar willen ze ons wel eens zien vertrekken als we de ijsjes ophebben. Een groep Hell's Angels trekkend van stad naar stad. Maar dan anders!
Als het ijs op is en Siemen aangegeven heeft dat het tankstation om de hoek is, zwaai ik mijn been
over het zadel van mijn trouwe ros. Als Siemen, Aad en Arjo voor me langs schieten start ik de
motorfiets met een klein beetje gas. Dankzij de 35 graden komt het blok met een agressieve knal tot
leven. Het meisje rechts van me verstijfd van schrik. Ik knik nog een keer vriendelijk naar de jongen
van de foto links van me en rijd met flink wat gas voor Maarten langs richting het tankstation.
Daar doet Maarten me nog een keer voor hoe het meisje was geschrokken van de back-fire uit mijn uitlaat tijdens het starten.
Na het tanken heeft Siemen de afslag gevonden die hij zocht en zijn we onderweg naar de volgende
camping. Ook nu weer is deze camping rond een uur of vier bereikt. Het weer was ook vandaag weer erg
goed en het tempo lag weer een stuk hoger dan gisteren. We zitten inmiddels in Vbrno op de
camping wat in de buurt van Jesenik schijnt te liggen. Terwijl Arjo en ik de route van vandaag op
de kaart na proberen te pluizen gaan Siemen en Maarten nog op onderzoek uit in de omgeving.



Als Aad en Arjo terug zijn van het bier heeft Aad al even geregeld dat ik straks op een van de
pocket bikes rond mag gaan. Bij het binnenrijden van de camping had ik het baantje en de fietsjes
al zien staan. Ik ben wel voor. Maar laten we wel wachten totdat de rest er is.
Siemen is nog druk bezig met de campingbeheerder, maar als Maarten eenmaal zijn spijkerbroek aan
heeft, dan moet het toch maar gebeuren. Ik heb me in mijn leren pak gehesen en voor omgerekend twee
euro mag ik me 6 minuten helemaal in het zweet werken. Nadat de dwerg betaalt heeft, wordt Aad Ad Kievit (bekende circuitfotograaf) en posteerd zich bij de eerste hairpin op de baan.
Onwennig begin ik aan mijn eerste rondjes. Aan het einde van het rechte stuk kom ik er achter dat
de voorrem het niet zo goed doet en dat ik dankzij de zit niet kan insturen. Mijn knieen duwen mijn
ellebogen naar buiten en ik krijg de draai niet. Door snel te staan en het fietsje van de grond te
trekken weet ik een confrontatie met de struiken achter de baan te voorkomen.
Dan toch maar ietsje verder achter op het kuipwerk gaan zitten. Ja dat zit wel een stuk beter.
Eenmaal het rechte stuk op is het spelen voorbij nu gaan we een rondetijd neer zetten. Ik zie
mezelf al staan op het ereschavot naast een aantal Tsjechische pitspoezen. Ik draai de gaskraan vol
open en wordt enorm verrast. Dankzij mijn nieuwe zitpositie besluit het voorwieltje het luchtruim
te kiezen. Direct gaat de gaskraan weer dicht en nog net op tijd weet ik de bocht in te sturen
aan het einde van het rechte stuk.
Het randje van de ene asfalt laag naar de andere blijkt op snelheid toch ook voor verschillende
problemen te zorgen. Er komt zoveel onrust in het fietsje dat de achterliggende chiquane met wat
kunst en vliegwerk gehaald wordt.
Veel tijd om in het ritme van de baan te komen is er niet. In het vierde rondje voel ik hoe mijn
linker laars in het asfalt hapt en ik achter het fietsje aangesleept wordt. Nadat ik weer overeind
gekrabbelt ben stap ik onder luid gejoel en gejuich weer op. Het gaat daarna ietsje beter, maar
ik ben toch wel zeer opgelucht als ik eenmaal afgevlagd wordt. Wat een inspanning heeft me dit
gekost.
Ik ben toch blij dat ik mijn pak aangetrokken heb. Mijn laarsen zijn wel flink beschadigd. Als we
wat foto's hebben gemaakt van de verschillende motorfietsjes laat de eigenaar mij zien dat hij
vorige week ook lelijk onderuit is gegaan. Hij heeft nog flinke schrammen op zijn elleboog en
knieen.
Ik stap bij Siemen achterop de motorfiets en laat me naar de tent rijden. Hier trek ik even wat
anders aan en we lopen met zijn tweeen weer terug naar de ingang van de camping om daar wat te
eten met de rest.





Het eten is een heel stuk minder dan wat we van de dag ervoor gewend zijn. De kip schijnt nog
wel in orde te zijn, maar de karbonaatjes die Arjo Aad en ik hebben zijn met moeite weg te krijgen.
Dit is wel weer zo'n camping met het echte onvervalste Tsjechië gevoel. Aluminium bestek, plastic
borden en het lijkt er op of de cola een soort van niet genoeg verdunde siroop is met een vervelende
nasmaak. Doe dan maar sinasappelsap. Daar is niet zoveel aan te verprutsen volgens mij. Het bier is
ook niet geheel geweldig. Dus als het idee opgevat wordt om straks even het dorp in te wandelen,
wordt daar meteen mee ingestemd. In de hoop dat we daar wel iets smakelijkers kunnen vinden. We
zouden er zo moeten zijn, want Siemen en maarten waren er ook in een paar minuten (op de motorfiets)



De wandeling naar het dorp valt toch wel tegen. Maarten geeft toe dat ze op dat moment nog wel in
het goede ritme van de dag waren en dat dit niet helemaal volgens de wettelijk geldende snelheidsbeperkingen
was. Eenmaal in het dorp aangekomen drinken we op ons gemak wat totdat het cafeetje rond een uur of
elf onder onze neus dicht gegooid wordt. De overige cafeetjes spreken ons niet zo aan dus wordt de
tocht terug naar de camping maar weer ondernomen.
Op de terugweg weten we ons nog in te houden en laten het vrijende stelletje op het bankje ook nu
maar weer met rust. Grinnikend kijken we elkaar aan en roepen hoofdschuddend no, no, no, no, no, no...
Eenmaal bij onze tent aangekomen gaan de gesprekken over sport, kunst en kunde. Maarten en ik doen
nog een wedstrijdje kikkerspringen. En ik experimenteer nog wat met sluitertijden en fotografie
in het donker met een digitale camera.

