
Na een klein kwartiertje komt Siemen ligt bezweet terug. Opstijgen. We moeten aan de andere kant van
het kerkje zijn. Voor ik er erg in heb is iedereen al weg en proberen Arjo en ik samen onze weg om
het kerkje heen te vinden. Al snel vinden we weer aansluiting bij de rest. Siemen heeft besloten een
van de wat smallere straatjes door het dorpje richting het marktplein te gebruiken. Tussen de muren
van de mooie huizen klinkt het gebrabbel van onze motorfietsen. Stapvoets manouveren we ons een weg
bij de voetgangers en verkeerd geparkeerde auto's langs.
Na 10 minuten getrut te hebben door de smalle straatjes komen we op een ruim plein aan. Siemen plant
zijn motorfiets aan de kant van het plein en rent richting bank-o-mat. "Ik ben zo terug" roept hij
nog na. Terwijl Siemen het plein oversteekt zie ik hoe twee agenten druk bezig zijn alle verkeerd
geparkeerde auto's van een prent te voorzien. Arjo komt naast me staan en zegt: "Volgens mij moet
Siemen maar een beetje opschieten want wij staan hier ook niet goed." Inderdaad die gele doorgetrokken
streep zal hier vast wel geen parkeerzone betekenen.
Ook nu blijft de camera maar even in de tas. Toch maar een beetje klaar zijn om te vertrekken.
Het duurt een eeuwigheid voor dat Siemen terug is. Het een en ander wordt nog versterkt door wat
Tsjechische jeugd die een meer dan gezonde interesse in onze motorfieten heeft.
Intussen hebben de Tsjechische dienders het niet gemakkelijk. Ze hebben een blond vrouwtje bekeurt
die het daar niet helemaal mee eens is. Ze is heftig in discussie. Als op een gegeven moment de
dienders onze kant op lopen komt Siemen al van de andere kant van het plein aangestiefeld. Het lijkt
er op dat het allemaal net goed gaat.
Maarten begroet zijn ex-collega's. De jongste staat al heftig met het prentenboekje te zwaaien
terwijl de oudste ons met gebarentaal duidelijk maakt dat we daar niet mogen parkeren. "Ach so, wir
haben das leider nicht gewusst." De diender knikt het is al goed, maar nu wel wegwezen hier.
Terwijl we helmen op doen zie ik nog net hoe de blonde vrouw zwaaiend met een mobiele telefoon de
agenten probeert te overtuigen van haar schijnbaar gelijk. Als deze daar niet naar op- of omkijken
loopt ze voeterend weg. Mooi vak lijkt me dat parkeerwachter. Zo dankbaar zo vriendelijk zo begripvol.
En niet te vergeten zo kom je nog eens onder de mensen en zo maak je vrienden.
Uit het zicht van de agenten plant Siemen een paar straten verderop de motor weer neer. De koeken
voor bij de koffie moeten nog gehaald worden. Ook hier staan Arjo en ik beiden weer redelijk
bij elkaar en aanschouwen gezamenlijk het gekrioel in dit toch wel erg drukke stadje.
Als we even later weer onderweg zijn staan we bij een grote voorrangskruising te wachten achter een
autootje. Het oude mannetje wat het autootje bestuurd kijkt stoïcijns voor zich uit terwijl de
auto's voor hem in volle vaart van links naar rechts en vice-versa schieten. Even vraag ik mij af of wij nu
getuige gaan worden van een zeer bijzondere kamikaze actie. Totdat mij de oude vrouw naast hem
opvalt. Zij zit op de bijrijders stoel druk heen en weer te kijken. Als ze uiteindelijk een gaatje
vindt tussen de auto's, roept ze haar man toe, die vervolgens vol gas voor ons de weg opschiet en links afslaat.
Terwijl wij het echtpaar op gepaste afstand volgen rijden we richting de rand van het stadje.
Siemen
vind aan de rand van het stadje een plekje met een drietal bankjes. Tijd voor koffie en koeken.
Met wat moeite rijdt ik de hoge stoeprand op en even later staat het brandertje van Maarten al vol
overgave het water te koken op het middelste bankje. Na de gebruikelijke situatie-foto's is het
tijd om mijn blaas te legen. Het trapje naast de bankjes leid naar een speeltuintje boven aan de rand
van een parkje. Het is er stil en leeg en de struiken in de hoek schreeuwen mij toe. Na de
toe-eigenings procedure van vorig jaar geperfectioneert te hebben en afgerond is ga ik naar
beneden voor een verse bak koffie en wat te eten daarbij.

Erg lang mag de pret niet duren. In de verte zien we een politieauto langs rijden. En ja hoor achteruit
over de kruising en onze kant op. Het zal toch niet waar zijn. Het is wel waar. Hoofdschuddend stapt
de oude oom agent uit de auto. Het jonge knaapje achter het stuur heeft al weer het prentenboekje in
de aanslag. Dat zal dan wel een vette prent voor ons allemaal worden. De oudere diender kijkt nog
eens naar de nummerplaten en voelt waarschijnlijk niks voor de mogelijke discussie met die nederlanders.
Het wordt geen prent. Hoofdschuddend loopt de man op ons af. No no no no no no no no no no no no no no.
Met een glimlach en met een zwaaiende wijsvinger dirigeert hij ons al no-no-end de stad uit.
Wegwezen hier en ook maar even niet meer terugkomen.
We stappen weer op de motorfietsen. De rit richting de Poolse grens verloopt nu een stuk vlotter.
Maarten komt zo af en toe al no-no-end naast me rijden. En voor ik er erg in heb is het tegen een
uur of 3. We hebben eigenlijk nog niet iets te eten gehad na het ontbijt aangezien de lunch redelijk
verstoord was. Als we op een gegeven moment bij een restaurantje in een dorpje stoppen is iedereen
het er over eens dat een kopje soep met wat brood er wel in gaat.


Volgens Siemen is het een uurtje rijden naar ons eindpunt voor vandaag. Maar goed inmiddels zegt mij
dat niet zoveel meer, want amsterdam van hier is ook iets meer dan een uurtje rijden voor Siemen. Na
de soep vervolgen we onze weg langs het riviertje de Upa. Het is erg mooi rijden. En in iets minder
dan een uur kloppen we aan bij de receptie van een camping in Zamberk. We staan nu vlak bij de
Poolse grens en hebben vandaag ongeveer 200 km afgelegd op de Tsjechische binnenwegen.
De tent wordt op een heuvel met uitzicht op de rivier uitgezet. En als deze eenmaal staat, wordt
het tijd voor een heerlijke duik in het mooie water in het dal.
Terwijl Aad, Arjo en ik van de verkoeling van het water aan het genieten zijn, is Siemen de route
voor de volgende dag al wat aan het bepalen. Hij is er nog niet over uit of hij wel zo blij is met zijn nieuwe kaartenboekje. Alle plekjes lijken altijd net op de volgende pagina te zijn.
Na het zwemmen wordt er gedouched en wordt het tijd om
ergens een geschikt plekje voor het avondeten te scoren.


Intussen is de wind flink aangewakkerd. De motorfietsen die netjes gegroepeerd geparkeerd stonden
worden na het douchen als een soort van windscherm rond de tent opgesteld. De tent wordt hier en
daar verankerd aan een stuur of een voetsteun. Zo zou het goed moeten zijn. Na het avondeten staat
de tent hier in ieder geval nog. Ik wou dat Aad er nooit over begonnen was. Dat brood van een uur
of drie was zeker geen elfenbrood. Volgens mij is al het voedzame al door mijn lichaam opgenomen
en hetgeen wat er overgebleven is heb ik net zonder moeite kunnen deponeren in het toiletgebouw.
Een flinke trek heeft zich intussen weer meester gemaakt van mijn lichaam. Nu moet ik wel zeggen dat
het windvast maken van de tent hier ook flink aan bijgedragen heeft. Al hobbelend met weinig toeren
over de berghelling werd ik verrast door een klein kuiltje onder mijn voorwiel. Dit maakte dat ik de
talrijke plastic kuipdelen van mijn motorfiets moest veilig stellen. Over het algemeen zowieso al lichamelijk zware oefeningen maar na een dag als vandaag komt dat extra hard aan.
Onderweg naar het restaurantje valt het me op dat motorfietsen ook in Tsjechië "in" zijn. En
naast de nieuwere japanners kom je zo nu en dan ook een perfect gerestaureerde Jawa tegen. Dus niet
zo'n oud aftands gebruiksvoorwerp maar echt een puntgaaf liefhebbersobject. Deze krijgt in mijn ogen
dan ook terecht een flinke portie aandacht. Maar ook de nieuwe motorfietsen worden vluchtig
aan een visuele inspectie onderworpen. Zijn ze nog volledig origineel? Zit er valschade aan?
Hoe zien de banden er uit?

Als we verder de heuvel oplopen, lopen we langs een gebouw wat bij de overige Tsjechië gangers herinneringen oproept aan een eerder avontuur. Al snel zit ik in een vuurgevecht van herinneringen, lachsalvo's en verhalen van weleer.

Eenmaal het gebouwtje voorbij is het restaurant in zicht. Het lijkt er op dat Peter (een van de
Tsjechië-gangers) even vooruit is gereden om ons te ontvangen. Er staat een Honda Firestorm voor
de bankjes die bij het restaurant horen geparkeerd. De voetsteunen zijn flink afgesleten en de rafels
rubber hangen aan de banden. De bochtige weggetjes hier in de buurt zijn wel heel mooi, maar het
asfalts is niet dusdanig grof volgens Arjo en mij dat dit op de openbare weg mogelijk is. Volgens
Maarten is dit met een beetje kunst en kunde toch ook op de huidige ondergrond mogelijk. Tuurlijk
je moet wat risico nemen, maar je bent motortovenaar of je bent het niet natuurlijk is zijn antwoord.
"Siemen, hoe ver denk je dat Brno hier vandaan is?" Een kilometerje of vijftig is de schatting. Een
uurtje rijden wordt er nog met een glimlach aan toegevoegd. Ik leg Arjo uit dat ik samen met een
vriend twee weken terug nog ruim 200 km enkele reis heb afgelegd om het belgische circuit Zolder
te kunnen bestieren. Dus is het nog niet zo onwaarschijnlijk dat we nu ook naar de resultaten van
een warme circuitsessie aan het kijken zijn.
Iedereen is het er wel over eens dat dit toch niet de handtekening van Peter is. Tijd om wat te gaan
eten. Terwijl Arjo en ik een van de tafeltjes met bijbehorende bankjes veroveren, besteld de rest
bier cola en schnitzels. Het duurt even, maar als onze maaltijden dan eenmaal klaar zijn, dan ziet
alles er ook echt goed uit. Maarten vind dan ook bewijslast voor het thuisfront op zijn plaats. Dit
ziet er zo goed uit, dit moet op de foto.
Dat gedoe met foto's van het eten maakt dat ik helemaal vergeet dat ik de tartaarsaussachet (drie keer
woordwaarde plus hersenkronkelbonus) al open heb gemaakt. In een poging het onderste uit het zakje
te halen zwaait de tartaarsaus in de rondte. De rest van de maaltijd verloopt smakelijk en zonder
noemenswaardige incidenten.


De terugreis krijgt ineens een onverwachte wending. In een poging om wat relationele mysteries te
ontrafelen worden de gesprekken tussen Aad en mij wel erg persoonlijk en erg diepgaand. Maar Aad
had zich voorgenomen om dit "onder ons" te houden dus zal ik dit ook maar "onder ons" te houden.
(Onder ons heeft intussen wel een heel andere betekenis bij mij gekregen. Dankjewel Aad! ;-) )
Eenmaal terug op de camping raak ik verwikkeld in een discussie over communisme, Amerika, het land
van de onbgrensde mogelijkheden en kortzichtige mensen, evoluties en revoluties, Stalinisme, ingenieurschap,
bier en Tsjechische blonde schonen. De Tsjech in kwestie heeft een jaar in Amerika gewoond en is
disguised bai zhe piepel here. Chzech had everything now they had nothing. There is no work for his
pro-prof, prophecy a profession. Have to leave this place.
De man in kwestie heeft nu voor zichzelf ook vakantie. Is "in between jobs" zoals hij dat met een echt
yank-accent zegt. Is sinds vanmiddag al aan de sterke drank met zijn vrienden en vriendinnen op de
camping. Verder heeft hij op alles gerekend, maar niet op een hollander die relativeert en probeert
het gesprek nog enig niveau te geven. Het kost hem moeite om zijn benevelde hersencellen in het gareel
te houden. Zeker omdat hij net heeft aangegeven dat de Tsjechen in zijn ogen alles te gemakkelijk
opgeven. En hij wil dit gesprek zeker niet opgeven. Nadat hij de geschiedenis van Tsjechië uiteen
heeft gezet wordt besluit hij om het gesprek een wat luchtiger wending te geven. Hij grijpt mijn vraag
over zijn jaar in Amerika met plezier aan. En hij bevestigd met alle plezier mijn vooroordelen over
Amerikanen.
Als ik opmerk dat het wat drukker wordt rond Adriaan die een stukje verder op wat met de Tsjechische
campinggangers aan het praten is, wordt het gesprek afgerond. Een van de jongens bij Aad lijkt wat
moeilijk te doen en mijn Tsjechische gesprekspartner gaat dit wel even sussen. "Enjoy your stay in
Chzech, the beer and the booze. I hope you get some good fuck's before the end of the week." Glimlachend
kijk ik toe hoe hij richting Aad waggeld. Ik maak mezelf ook klaar voor actie. De camera wordt
bij Arjo neergelegd en ik ga zo zitten dat ik in twee seconden bij Aad kan zijn. Mijn gesprekspartner
is duidelijk hierarchisch gezien boven in de groep. En samen met Aad is het gesprek binnen 30 seconden
omgedraaid.
Ik laat het maar even gaan. Als ik na tien minuten langsloop vraag ik Aad of er nog problemen zijn.
Deze geeft aan dat alles onder controle is. Hij had zich even vergist in een aantal
gespreksonderwerpen zullen we maar zeggen. Da's mooi. Blijf echter wel een beetje uit de ellende want ik was
eigenlijk van plan om zo langzamerhand maar eens in de slaapzak te duiken. En even later blijkt dat de rest het voor vandaag ook wel heeft gehad. De tent is vol, morgen weer een nieuwe dag.
